Recepten met peer

De peer (van het genus Pyrus) is niet alleen bij ons bekend, maar komt ook voor in Azië en Noord-Afrika. Hij groeit aan een boom, net als de aan hem verwante appel. De vrucht wordt reeds vermeld in het oude Griekenland en werd bij de Romeinen gecultiveerd. Een peer groeit uit een bevruchte bloem. Hoewel de dikke kant eerst naar boven groeit, draait de vrucht tijdens het groeien: wat er van de bloesem overblijft, komt uiteindelijk aan de onderkant terecht. Europeanen kennen de klassieke peervorm, maar de peer kan ook andere vormen aannemen. Peren worden ingedeeld in handperen en stoofperen. Deze laatste zijn droog en hard en worden alleen na lang koken eetbaar; de meest geteelde stoofpeer is de Gieser Wildeman. De peer is tamelijk rijk aan vezels. Voor je ze bereidt overgiet je de vrucht – zodra ze gesneden is – met citroensap: dit voorkomt oxidatie. De peer is in de eerste plaats een dessertvrucht. Je kan ze verwerken in charlotte-russe, in een krans van koud of geglaceerd fruit, in deeg en taart; of je maakt er compote, ijs, mousse of soufflé van. Een echte klassieker is peren met wijn. Peren zijn ook lekker in zoute gerechten. De Williamine tenslotte – een perenbrandewijn – wordt bij voorkeur geschonken in gekoelde glazen.

Start de receptzoeker

Wil je iets op tafel toveren met wat je nu al in huis hebt? Vertel ons wat er in je koelkast ligt - wij vertalen het meteen in inspirerende recepten.

Koken vanuit je koelkast | Gebruik de handige receptzoeker