Gepaneerde kalfslapjes met kappertjes, champignons en pasta

Ingrediënten voor 4 personen

Bereidingswijze

  1. Snij de champignons in schijven. Giet een scheut olijfolie in een pan, stoof de champignons onder deksel. Besprenkel met citroensap en kruid met pezo. Laat de slager 6 kalfslapjes van 0,5 cm dik snijden met de snijmachine. Maak er thuis kleinere lapjes van. Bestrooi het vlees met pezo. Laat de kappertjes uitlekken. Doe bloem in een soepbord en klop de 2 eieren los in een ander soepbord. Doe wat solo en olijfolie in een pan met antikleeflaag. Wentel één voor één de lapjes vlees eerst door de bloem en daarna door het losgeklopte ei. Bak het vlees in de hete pan aan elke kant 2 minuten. Leg op een schotel en hou warm onder aluminiumfolie. Wanneer alle lapjes zijn gebakken, gaan de kappertjes, de wijn en de kalfsfond in de bakpan. Laat alles 8 minuten inkoken. Doe room bij de champignons en het stoofvocht en kook de vloeistof nog 5 minuten in. Kruid met pezo. Kook de pasta in gezouten kokend water en voeg een scheut olijfolie toe. Roer de pasta regelmatig los.
  2. Leg op een voorverwarmd bord 3 à 4 gepaneerde kalfslapjes. Schik de pasta ernaast en overgiet zowel de pasta als de lapjes met de saus. Voeg de champignons toe.

Advertentie

Reacties (0)

Hoeveel sterren geef jij dit recept?