Stoven gebeurt in vet en een beetje vloeistof bij een temperatuur van 90 à 100°C.
Deze kooktechniek is zeer geschikt voor ingrediënten met een zachte structuur die snel gaar worden: fruit, vis, kalfsvlees, ...
Als je een stoofpot wil bereiden, snijd je de groenten beter niet te klein. Dan krijg je immers moes en dat is niet zo smakelijk.
Stoven mag niet te hevig gebeuren. Zet de stoofpot daarom op een zacht vuurtje, dan worden de ingrediënten lekker mals.
Als een stoofschotel te zout smaakt, kan je een aardappel laten meekoken.
Zo doe je het zelf:
- Doe een beetje olie in de koude pan of pot.
- Voeg water toe tot 1 cm hoog.
- Steek het vuur aan en sluit de pan of pot af.
- Controleer regelmatig of er nog voldoende vloeistof in de pan is. Voeg indien nodig nog wat warme vloeistof toe.