Koken

Koken is het in een vloeistof gaar laten worden van een voedingsmiddel bij kooktemperatuur (100ºC). Meest voorkomende voedingsmiddelen die (kunnen) gekookt worden, zijn: groenten, rijst, pasta, aardappelen, vis en vlees.

Water (al dan niet gekruid) is de vloeistof die het meest gebruikt wordt bij koken. Maar er wordt ook gekookt in andere vloeistoffen zoals bijvoorbeeld melk en wijn.


Zo doe je het zelf:

  1. Doe de vloeistof waarin je wil koken in een kookpot. Let wel op! Te veel vloeistof kost energie en tijd, te weinig vloeistof verhoogt de kans op aanbranden.
  2. Als het water kookt, voeg je het voedingsmiddel (pasta, rijst, ...) toe.
  3. Let op dat de vloeistof niet overkookt. Verminder daarom zachtjes de temperatuur.
  4. Wanneer de vloeistof zachtjes kookt, plaats je het deksel op de kookpot.
  5. Giet het kookvocht weg zodra het voedingsmiddel de gewenste gaarheid heeft bereikt.